Het belangrijkste binnen Magic zijn de kaarten zelf. Iedere kaart is een representatie voor een land, creature of spell.

Lands

basic-lands

Lands zijn de basis van ieder deck. Ze voorzien je van mana, wat je gebruikt om spells te spelen. Iedere beurt mag je 1 landje uit je hand spelen. Dit leg je dan voor je neer. Zo krijg je iedere beurt steeds meer mana.

De kaarten in Magic zijn ingedeeld in vijf verschillende kleuren. Er is ook een groep kaarten zonder kleur en er zijn kaarten met meerdere kleuren maar die laten we even buiten beschouwing. De vijf hoofdkleuren zijn:

Wit – Plains
Blauw – Island
Zwart – Swamp
Rood – Mountain
Groen – Forest

Je krijgt mana uit je lands door ze te tappen (schuin te leggen):

tapping

Dit Forest heeft nu 1 groene mana voor je gemaakt. Zodra een landje getapt is kun je deze niet meer activeren om mana voor je te maken. Het landje zal untappen op het begin van je volgende beurt en dan weer beschikbaar zijn.

Creatures

Creatures stellen de wezens voor waarmee je de tegenstander gaat bevechten. De meeste potjes Magic worden beslist door creatures. Als voorbeeld kijken we naar deze beer:

runeclaw-bear

Dat ziet er leuk uit, maar wat betekent dit allemaal?

Zodra je een creature speelt leg je deze ook voor je neer. Om Runeclaw Bear te mogen spelen moet je 1 groene mana betalen en 1 mana van een kleur naar keuze. Je kunt hiervoor dus 1 Forest en 1 Mountain gebruiken:

Je mag er ook voor kiezen om de twee Forests te tappen, maar niet de twee Mountains (want 1 mana moet groen zijn).

Sommige creatures, zoals onze beer, kunnen eigenlijk niets anders dan aanvallen of blocken. Dit is wat de meeste creatures ook zullen doen. Hoe aanvallen precies werkt leggen we op de volgende pagina uit.

Sommige creatures hebben speciale eigenschappen. Mahamoti Djinn heeft Flying:

mahamoti-djinn

Ob Nixilis heeft een heleboel eigenschappen:

ob-nixilis

Wat dat allemaal betekent bekijken we later. We gaan eerst door naar andere spells.

Spells

Naast creatures heeft Magic nog een aantal andere type spells. Deze zijn onder te verdelen in twee verschillende groepen: kaarten die je voor je op tafel legt (permanents) en kaarten die je speelt, een effect hebben, en dan afgelegd worden.

De permanents bestaan uit lands, creatures, enchantments, artifact en planeswalkers. De niet permanents zijn sorceries en instants.

Enchantments hebben een blijvend effect. Zodra je betaalt voor je enchantment leg je deze voor je neer. Zolang je de kaart in het spel hebt krijg je het effect.

crucible-of-fire

Sommige enchantments hebben alleen betrekking op 1 specifiek doelwit. Het enchantment heeft dan als extra type “aura” (net zoals Runeclaw Bear als extra type “Bear” had).

divine-favor

Divine Favor is een aura. Op de eerste regel staat waar je deze kaart op mag spelen: in dit geval creatures. Het effect van Divine Favor geldt dan ook alleen voor het creature waar je deze op speelt.

Artifacts zijn krachtige voorwerpen die je kunnen helpen het spel te winnen. Artifacts zijn meestal niet aan een kleur gebonden. Je kunt ze dus in vrijwel elk deck spelen.

tyrants-machine

Artifacts kunnen ook creatures zijn.

juggernaut

Er is een speciaal type artifact, dat zijn equipments. De regels voor equipments en planeswalkers vind je onder de pagina’s voor gevorderden.

Sorceries en instants zijn krachtige effecten die gebeuren zodra je betaalt voor de kaart. Nadat ze hun effect hebben gehad leg je ze af.

solemn-offering

lightning-strike

Het verschil tussen instants en sorceries is subtiel. Een instant mag je namelijk op (bijna) ieder moment in het spel spelen. Een sorcery mag je alleen spelen in je main phase (zie hiervoor de volgende pagina).

Nu kunnen we beginnen!